Wij Limburgers hebben echt ons eigen taaltje, of eigenlijk onze eigen taaltjes. Sommige woorden zijn zo vergroeid met ons taalgebruik dat we soms even vergeten of ze nou Limburgs of Nederlands zijn. Vandaag deel ik mijn persoonlijke ervaringen met jullie en ik ben benieuwd of jullie je hierin herkennen.
Veel Limburgers worden met de Limburgse taal opgevoed. Hoewel ik het Limburgs wel begrijp en vroeger een tijdje heb gesproken, hebben mijn ouders mij – vanwege hun Noord- en Zuid-Limburgse mix – altijd in het Nederlands aangesproken. Toch zijn er naast mijn accent ook een aantal woorden die mijn afkomst in de rest van Nederland direct hebben verraden.
“Hè wat?!”
Watblief
Ik weet nog goed hoe vaak mijn moeder mij corrigeerde wanneer ik ‘hè’ of ‘wat’ zei, want dat was volgens haar echt niet netjes. Als ik iemand niet goed had gehoord of verstaan, dan moest ik ‘watblief’ zeggen. Jarenlang, tot in mijn dertiger jaren, heb ik gedacht dat dit een gewoon Nederlands woord was. In het Limburgs zeggen ze vaker ‘watbleef’ of ‘wableef’, daarom dacht ik dat ‘watblief’ de Nederlandse versie was. Blijkbaar is dit afkomstig van het Nederlandse ‘wat belieft u’, een nogal ouderwetse uitspraak die zelden nog wordt gebruikt. Zeg je in het noorden ‘watblief’, dan begrijpen ze je misschien wel, maar hebben ze waarschijnlijk ook meteen in de gaten dat je uit het zuiden komt.
“Ze keken me aan alsof ik Chinees praatte”
Foetelen
Nee, ik bedoel niet ‘foeteren’, maar ‘foetelen’. Toen ik begin twintig was en in Brabant ging studeren, kwam ik erachter dat toch niet iedereen dit woordje begreep. Ik gebruikte het midden in een gesprek en mijn klasgenoten keken me aan alsof ik Chinees praatte. Dit voelde best vreemd, want ik was er heilig van overtuigd dat dit een normaal Nederlands woord was. Ik heb ze toen maar heel verbaasd uitgelegd dat ik ‘valsspelen’ bedoelde.
Beurs
Jullie weten denk ik al waar ik het over heb. Niet de beurs waar je aandelen of marktkraampjes kunt vinden, maar de beurs in je tas of broekzak! Juist ja. Ik heb ooit eens een leuk verhaal over dit misverstand gehoord: iemand was zijn ‘beurs’ kwijtgeraakt in de Amsterdam Arena. Een aantal dagen later werd er gebeld met de vraag of de ‘beurs’ was gevonden. De Amsterdamse mevrouw aan de telefoon wist eerst niet waar diegene het over had, maar toen het kwartje viel, zei ze met een dik Amsterdams accent: “Oh, u bedoelt portemonnee!”. Jullie kunnen je vast wel voorstellen hoe dat in onze Limburgse oren klinkt.


Wist je dat:
- Het woord ‘beurs’ veel ouder is dan ‘portemonnee’. Het stamt af van het Latijnse bursa, wat ‘lederen zak’ of ‘buidel’ betekent.
- ‘Portemonnee’ een Frans leenwoord is (porte-monnaie). In de 19e eeuw was het in grote delen van Nederland in de mode om Franse woorden te gebruiken. In de Randstad is het woord ‘portemonnee’ volledig ingeburgerd, maar in het zuiden van Nederland en Vlaanderen hebben we vastgehouden aan de oorspronkelijke term. Eigenlijk zijn wij dus het origineel! 😉
“Ziede geej onder?”
Noord-Limburgs (Ben je beneden?)
“Ich kom noa ónger!”
Zuid-Limburgs (Ik kom naar beneden!)
Naar onder
‘Van onderen!’ Dat betekent weer wat anders. “Ben je onder?” of “Ik kom naar onder!” zijn zinnen die bij ons thuis vaak werden geroepen. Naarmate ik volwassen werd, begreep ik dat dit grammaticaal niet klopte, maar toch blijft de bewoording plakken als een oude gewoonte. In het Limburgs wordt het gebruikt als ‘noa ónger’ en het stamt af van de Germaanse talen. Dat laatste is ook terug te zien in het Engelse ‘under’ en het Duitse ‘unter’. ‘Beneden’ is een complexer woord en het Limburgs houdt vaak vast aan traditionele, directe benamingen. Voor veel Limburgers is dit de standaard; sommigen ontdekken waarschijnlijk nu pas dat het officieel ‘naar beneden’ hoort te zijn. “Maar wij wonen in Limburg, daar praten we Limburgs!” zullen we dan maar zeggen.


Pupsje
Ik heb serieus moeten googelen hoe ik dit woord in het Nederlands zou moeten zeggen. Meer dan tien jaar geleden hoorde ik op mijn stage iemand zeggen dat hij het een ‘oogsnotje’ noemde, een ander noemde het ‘pupsj’. Er is toen onder de collega’s nog een hele discussie over geweest. Volgens Gemini wordt het in het Nederlands ‘slaap’ of ‘oogdrek’ genoemd, maar ik ben benieuwd welk woord jij gebruikt. Ik heb in ieder geval een ‘pupsje’ in mijn oog wanneer ik ‘s ochtends wakker word.
Zijn er nog woorden die jij dagelijks gebruikt waarvan je pas op latere leeftijd ontdekte dat ze ‘typisch Limburgs’ zijn? Ik hoor het graag! Misschien leren we zo nog wat van elkaar.